De historie van Akoesticum

De drie vrienden Harold Lenselink, Victor van Haeren, en Hans Sluijmer hadden de gedachte dat talent in de podiumkunsten niet kan bestaan zonder een brede deelname van amateurs. Dat ieders leven uit muziek, dans en theater zou moeten bestaan omdat het wezenlijk is voor de ontwikkeling van elk mens. Al fietsend ontdekten zij de ideale plek en het ideale gebouw: een leegstaande vervallen kazerne naast station Ede-Wageningen.

Rijksmonument de Frisokazerne

De Maurits- en Frisokazernes werden binnen twee jaar – van 1904 tot mei 1906 gebouwd. De reden voor de bouw was de instelling van de algemene dienstplicht in 1901. De gemeente Ede werd als geschikte locatie gezien vanwege de relatief goedkope grond, vlakbij het spoor, en de geschikte oefenterreinen op een steenworp afstand. Naast de beide kazernes werden tussen beide gebouwen ook een badinrichting, een scherm/gymzaal en een grote manschappenkantine gebouwd. In 1905 werden ook voertuigenloodsen aanbesteed. Kort daarop volgden een apotheek, een arsenaal (magazijn voor wapens en uitrusting) en een reeks woningen. Tot aan hun naamgeving in 1934 gingen de Johan Willem Frisokazerne en de Mauritskazerne door het leven als respectievelijk Infanteriekazerne 1 en 2.

Na de inval van Duitsland in mei 1940 zijn vrijwel alle Duitse legeronderdelen – SS, Wehrmacht en Kriegsmarine – gelegerd geweest in Ede. De Frisokazerne – later omgedoopt tot Kommodore Boute Kaserne – werd gebruikt voor huisvesting en als opleidingsplaats voor matrozen. Het tweede geallieerde bombardement vond plaats op 17 september 1944, en was onderdeel van Operatie Market Garden. Tijdens dat bombardement werd de Frisokazerne zwaar getroffen, en zijn de originele topgevels en trapgevels verdwenen. Na de Tweede Wereldoorlog lag de nadruk met name op herstel van het leger en van de gebouwen en faciliteiten. De Duitse naamstelling van de Frisokazerne werd meteen na de oorlog weer teruggedraaid.

Toen Defensie zich vanaf 2005 in fases terugtrok uit het militaire vastgoed in Nederland, werd de opgave voor Ede urgenter, zowel voor de kazernes als voor de herinrichting van het omliggende gebied. Dit was een grote opgave, vanwege de grote hoeveelheid waardevolle en relatief onbekende gebouwen op het terrein. De Maurits- en Frisokazerne werden in 2006 als rijksmonument aangewezen. Herbestemming was toen het speerpunt van het beleid van monumentenzorg en cultuurhistorie. Bij gebiedsopgaven moest ook steeds meer rekening gehouden worden met cultuurhistorische kaders en vertrekpunten.

image

Herbestemming

In 2011 droeg Defensie het militaire terrein naast station Ede-Wageningen over aan de gemeente Ede. Beide kazernegebouwen, zowel de Frisokazerne als de daarnaast gelegen Mauritskazerne, stonden al langere tijd leeg. Het concept Akoesticum – een trainingscentrum met veel grote ruimtes – was erg geschikt voor de herbestemming van het Frisogebouw. Hierdoor konden de kleinere ruimtes direct achter de voorgevel nagenoeg onveranderd als dienstruimten gebruikt worden. De grote ruimtes aan de achterkant zijn repetitieruimtes geworden. De meeste ruimtes bestonden al, en de architect hoefde ze alleen een andere functie gegeven. De oorspronkelijke structuur van het gebouw bleef daardoor goed herkenbaar. Ook de oorspronkelijke afwerkingen zijn zo veel mogelijk gerestaureerd. Akoesticum was daardoor een ideaal concept dat gerealiseerd kon worden met een erg beperkt aantal ingrepen.

Na een unaniem positief raadsbesluit over de culturele bestemming voor de Frisokazerne werd in november 2013 begonnen met de restauratie en verbouwing van de Frisokazerne voor Akoesticum. Binnen één jaar kreeg het gebouw zijn historische kwaliteit terug. Op 1 oktober 2014 zijn we van start gegaan met het nationaal trainingscentrum voor muziek, dans en theater.

Bronnen:

Interview met Pierre Lommen, Adviseur Monumentenzorg gemeente Ede over de restauratie van de Frisokazerne. Gepubliceerd in de Akoesticum Verjaardagskrant, 2e editie januari 2018.

Bouwhistorisch onderzoek naar de J.W Frisokazerne, door: Projectbureau Ede-oost, 21 januari 2010.